Dit project onderzoekt het voortdurende, ambigue gevoel waarmee we door het leven bewegen. Het is een onderzoek naar de spanning tussen twee gelijktijdige ervaringen: de intense schoonheid van het bestaan en de schaduw van mogelijke rampen die altijd ergens dichtbij lijkt te hangen. De beelden tonen hoe we voortdurend schakelen tussen verwondering en waakzaamheid, tussen openstaan voor het licht en anticiperen op het donker.
In deze serie wordt het alledaagse niet geromantiseerd, maar ontleed. Elk beeld vangt een moment waarin het leven zowel veilig als breekbaar aanvoelt. Het suggereert dat de dreiging niet alleen van buiten komt, maar net zo goed in onszelf ontstaat — in gedachten, in herinneringen, in projecties van wat zou kunnen gebeuren. Die interne en externe spanningen vormen samen een onzichtbare laag die onze perceptie van schoonheid beïnvloedt.
De foto’s vragen niet om een oplossing of een conclusie. Ze nodigen uit tot het herkennen van die dubbele realiteit: dat het leven tegelijkertijd schitterend en verontrustend kan zijn. Dat we juist in die spanning zien wie we zijn, en hoe we ons tot de wereld verhouden.